Van Achterkamertjes tot Zwevende Kiezer

Achterkamertjes: Achterkamertjes en achterkamertjespolitiek zijn termen die vaak denigrerend gebruikt worden. Het gaat dan om besloten overleg in kleine kring waar de besluitvorming al heeft plaatsgevonden, voordat die in een debat in de Tweede Kamer of Eerste Kamer aan de orde komt. Toch pleit veel voor achterkamertjespolitiek. Na de verzuiling (zie daar) is de Nederlandse politiek sterk versplinterd. Om tot een meerderheid te komen die rechtsgeldige besluiten kan nemen is veel overleg nodig, zo niet harde onderhandelingen. En onderhandelen doet men nu eenmaal niet in het volle licht van de schijnwerpers. Achterkamertjespolitiek blijft noodzakelijk zo lang Nederland veel zwevende kiezers  heeft.

Algemene beschouwingen: Jaarlijks debat over de Miljoenennota en andere begrotingsplannen van de regering voor het komende jaar. Vindt plaats kort nadat de stukken op Prinsjesdag zijn gepresenteerd. Het debat duurt twee volle dagen en wordt gevoerd door de fractieleiders en de premier. De andere Kamerleden en bewindslieden zitten erbij maar mogen hun mond niet opendoen. Zij korten de tijd met kranten lezen, op hun mobiele telefoon kijken en gapen.

Consistent: “U bent niet consistent.” Het is een nette manier om te zeggen dat iemand van mening of van standpunt verandert zonder dat toe te geven. In de hectiek van de verkiezingstijd kunnen daarvoor wat duidelijker termen worden gebruikt: “U draait en u bent niet eerlijk.’’ Ooit pareerde een Kamerlid dit verwijt met de opmerking: “Waar staat dat ik consistent moet zijn ?” Een meer gebruikelijk antwoord is dat bij de betrokken politicus “het denken niet stilstaat’’. Ook spreekt men dan van “voortschrijdend inzicht.’’

Crisis: Politieke ruzies leiden niet zelden tot een crisis. Er kan sprake zijn van een fractiecrisis, een ministerscrisis en een kabinetscrisis. Voorafgaande aan een crisis heerst er een crisisdreiging. Is een crisis eenmaal uitgebroken dan volgt er een crisisberaad. Veel kabinetscrisissen vinden plaats in de Nacht. Overigens hoeft een kabinetscrisis niet altijd het einde van een kabinet te betekenen. Een geslaagde lijmpoging kan ervoor zorgen dat het in het zadel blijft.

Embargoregeling: Journalisten krijgen belangrijke overheidsstukken vaak “onder embargo” voor ze officieel openbaar gemaakt worden. Ze hebben dan de tijd ze rustig te bestuderen, zodat ze er beter over kunnen berichten. Decennialang was er een embargoregeling voor de miljoenennota die het kabinet op Prinsjesdag publiceert. De media kregen die al enkele dagen van te voren. Omdat het nieuws altijd al eerder bleek uitgelekt, werd de regeling afgeschaft. Kamerleden ontvangen de Prinsjesdagstukken wel nog onder embargo, zodat ze zich kunnen voorbereiden op de Algemene beschouwingen. De informatie lekt vervolgens onmiddellijk uit.

Formateur: zie informateur.

Informateur: Een informateur onderzoekt de mogelijkheden tot vorming van een kabinet na verkiezingen. Ook heeft hij het voortouw bij een lijmpoging. Een informateur is meestal een prominente ex-politicus of hoge overheidsfunctionaris. Tot 2012 werden informateurs benoemd door het staatshoofd. Sinds 2012 wijst de Tweede Kamer ze aan. Worden de onderhandelende partijen het onder leiding van de informateur eens over de vorming van een kabinet, dan komt er een formateur. Die wordt vrijwel altijd de nieuwe minister-president,

Kiezersbedrog: Niet doen wat je de kiezers hebt beloofd. Iets waarvan politici vaak hun concurrenten beschuldigen, maar nooit zichzelf.

Lekken: Het doorspelen van vertrouwelijke informatie naar media om zo het politieke debat naar de eigen hand te zetten. Het hoort niet, maar het is in politiek Den Haag aan de orde van de dag. Ambtenaren vinden dat zij mogen lekken, als dat niet de belangen schaadt of zelfs in het voordeel werkt van de bewindspersonen die ze dienen. Kamerleden lekken als dat in hun kraam van pas komt en zeggen dat te doen in het belang van hun partij. Zelfs ministers lekken, ook al beweren ze er alles aan te doen om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie op straat komt. Niemand kan of wil een einde maken aan het lekken. Hier geldt: Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.

Miljoenennota: Stuk waarin het budgettaire beleid staat van het kabinet voor het komende jaar. Wordt op Prinsjesdag door de minister van Financiën in een koffertje aan de Tweede Kamer aangeboden. Gezien de bedragen die erin staan zou “miljardennota” een betere benaming zijn.

Lijmpoging: Als een kabinet is gevallen kan geprobeerd worden de breuk te lijmen. Dat gebeurt door het aanstellen van een informateur. De laatste geslaagde lijmpoging vond plaats na de Nacht van Wiegel in 1999. Paars II kon verder, maar zat de rit uiteindelijk niet helemaal uit.

Nacht: Kabinetten vallen vaak in de kleine uurtjes, nadat er de hele dag een crisissfeer heeft gehangen. Legendarisch zijn de Nacht van Schmelzer (1966), de Nacht van Wiegel (1999) en de Nacht van Van Thijn (2005). In 2013 leek de Nacht van Duivesteijn een einde te maken aan Rutte II, maar toen werd een kabinetscrisis op het laatste moment verijdeld.

Nieuwspoort: Perscentrum bij het Binnenhof, waar persconferenties, symposia en dergelijke worden georganiseerd. Tevens sociëteit voor voornamelijk bejaarde journalisten.

Politiek leider: De “baas” van een partij, degene die de lijnen uitzet.Vaak is dat de fractievoorzitter (Diederik Samsom bij de PvdA) of de premier (Mark Rutte bij de VVD), af en toe de vicepremier (Wouter Bos vroeger bij de PvdA). Soms is het niet helemaal duidelijk wie de touwtjes bij een partij in handen heeft. Zo mocht Jozias van Aartsen zich tussen 2003 en 2006 wel “aanvoerder” noemen van de VVD, maar niet “politiek leider”. Hij moest de macht delen met vicepremier Gerrit Zalm.

Premierbonus: Een partij waarvan de zittende premier lijsttrekker is, sleept bij verkiezingen vaak extra zetels in de wacht. Zo won de PvdA in 1977 tien zetels, mede dankzij het feit dat Joop den Uyl sinds 1973 premier was. Het CDA ging in 1986 negen zetels vooruit, mede (of misschien wel vooral) dankzij de premierbonus die lijsttrekker Ruud Lubbers ten deel viel. Ook in 1998 was er sprake van een premierbonus: met premier Wim Kok als lijsttrekker scoorde de PvdA acht zetels meer. Maar de premierbonus wordt niet altijd uitgekeerd. Bij de verkiezingen van 2006 moest het CDA drie zetels inleveren, terwijl premier Jan Peter Balkenende de lijst aanvoerde. In 2010 gingen de christendemocraten maar liefst twintig zetels achteruit. Opnieuw was premier Balkenende lijsttrekker. In 2012 pikte de VVD met premier Rutte wel weer de premierbonus binnen: tien zetels winst.

Prinsjesdag: Derde dinsdag in september. Op deze dag rijdt de koning(in) in de gouden koets van Paleis Noordeinde naar de Ridderzaal om daar de troonrede voor te lezen. Het publiek bestaat uit bewindslieden en parlementariërs, van wie de mannen een jacquet en de vrouwen een raar hoedje dragen. Als de koning in uitgesproken roept iedereen “Hoera!”.

Troonrede: Toespraak die het staatshoofd op Prinsjesdag voorleest aan de leden van Tweede en Eerste Kamer, de bewindslieden en hun partners. De tekst wordt geacht een samenvatting te zijn van het regeringsbeleid voor het komende jaar. De troonrede begint met de woorden “Leden van de Staten-Generaal” en eindigt doorgaans met de “bede”: een verzoek om goddelijke steun voor het werk van regering en parlement. Wordt de bede weggelaten dan weerklinkt luid gemor in het christelijk deel der natie.

Verzuiling: Tijdperk waarin kiezers vanuit hun maatschappelijke groep bijna als vanzelfsprekend op een bijbehorende partij stemden. Zo was er ooit de Katholieke Volkspartij die steunde op de katholieken. Maar ook een partij die geen godsdienstige grondslag had, zoals de Partij van de Arbeid, kon rekenen op een vaste aanhang van overtuigde sociaal-democraten. Ook bij kranten en bij de omroepen, zoals NCRV en VARA, was sprake van verzuiling. Het tijdperk van de verzuiling duurde grofweg tot de jaren zeventig, toen de kerken leegliepen en jongeren de oude waarden en gebruiken niet meer als vanzelfsprekend beschouwden. De zwevende kiezer was geboren.

Voortschrijdend inzicht: Als een politicus van mening verandert, noemt hij dat “voortschrijdend inzicht”. Zijn tegenstanders spreken dan van “draaien”. Zo gaf PvdA-leider Wouter Bos in 2006 blijk van voortdurend voortschrijdend inzicht over een AOW-heffing voor 65-plussers. CDA-leider Jan Peter Balkenende zei toen in een radiodebat: “U draait en bent niet eerlijk.” Bij Balkenende zelf stond het denken overigens ook zelden stil.

Zetelroof: Als Kamerleden zich afscheiden van hun fractie en op  eigen titel verder gaan, noemt men dat zetelroof, hoewel het niet in strijd is met de wet.

Zwevende Kiezer: Kiezer die (nog) geen keuze heeft gemaakt uit de politieke partijen. Soms, omdat die via een stemwijzer of anderszins de keuze wil uitzoeken welke partij voor hem het meest in petto heeft. Het kan gaan om belastingverlaging of hogere uitkeringen. Ook aftrek van hypotheekrente en belasting op de auto lijken gevoelige punten voor de zwevende kiezer. Het kan ook zijn dat de zwevende kiezer vertwijfeld is, omdat die beseft dat veel partijen na de verkiezingen omwille van de vorming van coalities andere standpunten in gaan nemen. Wellicht is het daarom beter te spreken over “zwevende partijen’’, die hun standpunt nog niet bepaald hebben, terwijl de zwevende kiezer wel weet wat die wil.